Archief | Typisch Suus RSS feed for this section

Het mannenbad.

18 Sep

Ik hoor je denken. Hoe ben je daar gekomen? Of, zoals Jen zou zeggen; “Suus, moet ik nu snappen waar je het over hebt? Met je oneliners.” Nou, het zit zo. Ik heb voor de 300ste keer het plan opgevat om te krimpen. Niet in de lengte, nee. Alhoewel ik het op zich niet erg zou vinden om 5 cm kleiner te zijn, maar daar gaat het even niet over. Nee, Suus moet even weer een beetje in beweging komen. Na jarenlange halfslachtige pogingen om te hardlopen (waarom toeteren mensen als je voorbijloopt..?), me te voegen in het sportschoolleven (alleen al de walk of shame van en naar de kleedkamer is erg genoeg om gedesillusioneerd weg te rennen…) of weer te gaan dansen (te makkelijk, te moeilijk, te grote groep, te donderdagavond, te moe…) en nog 85 halve smoesjes moet het er maar eens van komen.

En toen was daar het zwembad. Want; niet duur, te doen wanneer het mij uitkomt, geen vriendinnen die afzeggen want alleen, en goed voor alles. Ook goed voor mijn zelfbeeld. Tenminste, dat was het idee. Hop Suus, je kunt het. Ja, je haat badkleding, maar iedereen loopt daar in badkleding, en alleen bejaarden zwemmen baantjes. Dus daar voel je je prima veilig tussen de peddelende oma’s. En bovendien heb ik nu toch tijd zat. We stellen dan ook onze target laag, zodat je je altijd goed voelt. Namelijk; gáán.

En dus toog ik op woensdagavond naar het zwembad. En nadat ik knullig en wel had gevraagd waar ik mocht baantjeszwemmen, vond ik de kleedkamer. Een groepskleedkamer. Want ik ben nu een volwassen vrouw, dus dat kan ik. Laat die borsten maar wapperen. So far, so good. Ik had zelfs de tegenwoordigheid van geest om mijn tankini aan te trekken, die kun je namelijk wel verkopen als badpak. Ik heb namelijk héél snel geleerd dat je vreselijk opvalt als je een bikini draagt bij het baantjes zwemmen. Holy shit, er is daar een cultuur waar ik geen besef van had. En bikini’s zijn daar dus geen onderdeel van. Je wordt dan direct gecategoriseerd tussen de eendagsvliegen, groentjes en andersoortig onervaren gespuis. Nope, ik ben nog verre van een Vaste Zwemmer.

Maar toen. Bleek dat je tig meter moest lopen, door een gang die volledig uit glas bestaat. Waarom? Waarom?! Dit wordt een uitdaging. Maar oh, wat was mijn besef nog onschuldig. Want in plaats van een geruststellend zwembad vol bejaarden, trof ik weliswaar een zwembad…vol met gigantische waterpolo types, ander strak, sportief prul en te kleine zwembroeken voor je gemoedsrust. Waar moet je kijken? Waar moet je heen?! Nergens is het veilig. En dus keek ik maar gewoon recht vooruit. Na mijn kalmerende plons in het diepe (want, ikzelf uit beeld, en ik had iets te doen. Namelijk zwemmen.) kwam het volgende punt. Kennelijk dien je, behalve een hooggesloten sportbadpak, ook een mega aantrekkelijk zwembrilletje en een sublieme techniek te hebben. En te beschikken over meerdere slagen. Ik beschik over niets van dat alles. Ik kan boven water zwemmen, onder water en op mijn rug. En dat laatste is sowieso al geen optie, om zoveel redenen.

 

En dus zwom ik, mediterend op het lopen van de klok en mijn persoonlijke mantra: “ik ben hier voor mezelf. Ik ben hier voor mezelf. Ik ben hier voor mezelf”, zo’n 14 baantjes van 50 m. Denkend dat ik het ergste nu wel had gehad, toog ik gemiddeld tevreden naar de douche. Om geconfronteerd te worden met dezelfde gigantische waterpolotypes. In de douche. Dezelfde douche. Stuk voor stuk waren ze 2,5 meter hoog, maar ook allemaal 1,5 m breed en keihard. Niet alleen word je geforceerd om ernaar te kijken (of in ieder geval, ik werd geforceerd omdat ik de douche koos die het verste weg was waardoor ik naar de heren toe gedraaid stond, want ernaast staan was vele malen ernstiger geweest), je wordt ook bijzonder gewezen op je eigen aanwezigheid. Had ik al gezegd in badkleding? Yep. Nothing to hide. Na deze uitputtingsslag kon ik me gelukkig terugtrekken in de dameskleedkamer, tussen de wapperende borsten, moedervlekken en strings. Zelden vond ik het zo geruststellend.

Maar. Deze dame laat zich niet zomaar intimideren. En dus liep ik daar de volgende dag weer. Ik koos dit keer voor de grote ruimte met hokjes. Dat wil zeggen, totdat ik tegen een hele grote meneer aan liep die daar vrij en blij liep met zichzelf en zijn minizwembroek en ik de dameskleedkamer weer invluchtte. Ik doorstond dezelfde glazen gang, en glibberde awkward door een nog langere gang naar het bad waar die dag de baantjes werden gezwommen. Pro’s: dit keer was het daadwerkelijk alleen maar een baantjes bad, dus geen strakke types. Of nouja…minder. Acceptabel. Cons: ik had noodgedwongen een bikini aan (die van gisteren nog niet droog), voelde me extreem naakt met mijn buik (hoe doen mannen dat eigenlijk…?) en koos per abuis de baan die het verste weg was van de geruststellend keuvelende baantjestrekkende 40 plussers. Maar tegen de tijd dat ik dat doorhad, was ik al 5 baantjes op streek in mijn baan die ik deelde met 4…mannen (en later 1 meisje). Maar, afgezien van de awkward botsingen met schouders, voeten en handen tegen je tenen omdat de banen eigenlijk net te smal zijn, ging het goed. Ik mantra-de me dit keer door 15 baantjes heen. Totdat ik mijn 16e baantje zwom. Mijn laatste, mijn overwinnaarsrit, mijn prijskonijn. Onschuldig zwemmend was ik in gedachten al bezig met het avondeten. Totdat ik ineens een schaduw in de lengte ónder me zag verschijnen. Ik werd ingehaald. De ontsteltenis op mijn gezicht moet op zijn minst lachwekkend geweest zijn, en het meisje wat me tegemoet zwom zei “zwom hij nou onder je door?!”

Yep. Er zwom een man onder me door. Onder me door. In de lengte. Om me in te halen. Ik herhaal:

Er zwom een man onder me door.

Natuurlijk.

 

Advertenties

Verlichting 

17 Apr

Vorige week ging ik bikini’s passen. Het werd namelijk mooier weer en ook al heb ik er drie, ze zien er allemaal zo leuk en zomerachtig uit zo gezellig kleurrijk hangend in de rekjes. Ik wilde er niet eens per se een kopen, maar ze gewoon aantrekken. Ticje dat ik heb overgehouden uit mijn afvalperiode…

Eenmaal bij de grote H aangekomen tref ik helaas een gezellig overactieve verkoopster die er helemaal zin in had om mij een bikini aan te smeren. Weg privé moment tussen mij en de bikini’s. Hallo hysterische dame die mij overenthousiast probeert te overtuigen dat ik een topje dat zó goed past ‘echt niet kan laten hangen’. Nu moet ik wel, hetzij schoorvoetend, toegeven dat het topje me inderdaad perfect paste. En dat is best een prestatie, nadat ik wegens een stuk of 5 dramatisch passende strapless bikini’s moest constateren dat het ‘m niet gaat worden met die Betty’s van mij. 

Maar. Los daarvan…het topje is het probleem niet (echt). Zolang het de boel min of meer op haar plaats houdt en er geen rare bobbels in zitten (je zou je verbazen hoe een bikini top je kan veranderen in een totaal andere vrouw…alles is mogelijk van A tot Bombshell)…ben ik tevreden. Tenminste, als het printje wel mooi valt. En de juiste kleuren heeft. En het model de juiste attitude heeft. ‘Hi there’ en niet ‘Hállo!!’…ja, het is specifiek. Zo’n bikini. 

Hoe dan ook, dan komt de ware strijd. De beslissende factor. Erop of eronder. Varkensrollade of oud wijf. De zoektocht naar het bikini broekje wat de aandacht afleidt van donderdijen, moederheupen en knuffelbuikjes. De positionering van bandjes komt zeer nauw, een centimeter breder, smaller, hoger of lager kan je zomaar het gevoel geven dat je in de supermarkt ligt ipv in een lingeriezaak staat. En broekje na broekje werd afgekeurd. Te hoog, te laag, te-correctieslip-achtig, teveel bandjes, te weinig bandjes, strikje op de verkeerde plek. Te hoog uitgesneden (boven én beneden ‘heupen’), te laag uitgesneden (extreem zichtbare bovenbenen en putreflectie)…zuchtend bekeek ik mezelf in de spiegel, terwijl de verkoopster nog altijd heilig was overtuigd dat ik die bikini ging kopen. Maar ik zag de bikini niet meer. Ik zag alleen nog maar redenen om helemaal geen bikini te dragen. Uitvergroot totdat ik niets anders meer zag. Zelfs het mooie topje verloor haar mooie bloemenprintje. Ineens vond ik het een oude wijvenstofje. En met een smoesje verliet ik snel de winkel, denkend aan alles wat ik niet mooi vond. 


Tegen beter weten in liep ik naar de Bijenkorf. In de hoop dat ik daar iets zou vinden wat me wél paste. En ik realiseerde me iets. Het maakt niet uit hoe mooi een bikini is of hoe goed hij me past. Het laat de dingen die ik niet mooi vind aan mezelf niet verdwijnen. In een badpak ben ik niet dunner en voel ik me zeker niet gelukkiger. En geen van beide bedekt mijn benen. Ineens ging het licht aan. Mijn lichaam is zoals het is, en geen kledingstuk gaat dat veranderen. Dus ik kan maar beter iets kopen wat ik écht mooi vind, zodat ik daarvan kan genieten. 


En toen zag ik hem. De bikini die alles zou veranderen. Ik wist het nog niet toen ik hem zag, ik heb hem alleen maar gepast om eens iets anders te proberen. Met een hysterisch glimmend stofje en een ‘raar’ model, anders dan anders. Gedachteloos trok ik hem aan en…holy shit. Wát een toffe bikini. Hij paste me. Overal. Alles paste erin en ertussen. Ik werd er mooier van. Als ik eerlijk ben, was ik ineens trots op mijn lichaam. Ik was blij met wat ik zag, zelfs al ben ik 5 kg zwaarder dan ik wil. Ademloos heb ik naar mezelf staan kijken. Draaien, kijken, links, rechts….tjonge. 

En dan nog iets. Het licht in die paskamers. Kan die persoon even naar voren komen? Want ha-le-lu-jah dat licht is magisch. Maar echt. Als je ooit hebt gebaald van je lichaam; ga een bikini passen bij de Bijenkorf! Alle vouwen, rollen en putten; weg. Je huid drie tinten donkerder. Een warme, gezonde uitstraling. Dit moet je meemaken. 

Ik heb de eerste bikini óóit gevonden waarin ik me echt goed voelde. Sexy (zei ik dat nou echt…?). Voor het eerst had ik zin om naar het strand te gaan. “Hmm wat zou hij kosten?” -babbelde ik tegen mezelf- “Oh, er hangt geen kaartje aan. Nou, ik zoek het dadelijk wel even op, het komt nu toch niet uit.”

Tevreden liep ik de winkel uit en al lopend zocht ik de prijs van mijn droombikini op. 

€200. 

Mja. 

Feminismeisje

12 Jun

Dus. Ik vind “feminisme” het omgekeerde van feminisme. Of ik snap het gewoon niet, dat sluit ik absoluut niet uit. 

Gisteren zag ik online de vraag, kun je als feministe de naam van de je man aannemen als je gaat trouwen? Ik bleef er bijna in. Gaat feminisme dan níet over doen waar jíj gelukkig van wordt, in plaats van je door anderen te laten vertellen wat je moet doen? Noem je jezelf feminist, ga je aan je medestanders vragen hoe je een goede feminist moet zijn! Beats me. Dan kun je net zo goed meteen dat schort aantrekken. Zit je dan met je sterke vrouwen-attitude. No offence verder.

Over dat schort gesproken. Ik heb er totaal geen problemen mee om dat lekker aan te trekken. Niet dat ik de kans krijg, want mijn vent bbqt (is dat een woord…) alles voor mijn neus weg. Ook heb ik totaal niet de drang om mijn bh in de wilgen te hangen. Dat deden ze namelijk. Maar. Doet zeer! Met een gerust hart bel ik mijn vader om een stop te vervangen of vraag ik mijn vriend mijn auto te fileparkeren omdat ik gewoon motorisch gehandicapt ben in dat apparaat. Hij doet er 1 minuut over, ik 5. En dat is inclusief 3x opnieuw beginnen, vergeten te schakelen, paniekaanval omdat ik bijna de voorganger raak en driftaanval wegens na 20x op en neer steken voor 3cm nog altijd twee volle boodschappentassen van de stoep af staan. Neuh. Geen enkele drang om te bewijzen dat ik dat kan. Ik kan het namelijk voor geen meter. Letterlijk. 

Gelijke rechten? Veiligheid? Ja. Helemaal voor. Een non-discussie, ook. Iets met mensenrechten. Maar nog even over ‘feminisme’. We willen allemaal zo sterk en stoer zijn en laten zien dat we net zoveel waard zijn als mannen. Hoezo moet je dat laten zien? Dat weet je toch zo ook wel (insert niet- begrijpend gezicht)? Zolang vrouwen nog blijven strijden om hun waarde te bewijzen, vergeleken met mannen, zal er ongelijkheid blijven. Vrouwen zijn namelijk anders. Fundamenteel. Biologisch, evolutionair, wetenschappelijk. Vrouwen zijn krachtig, by design. Ik ga het niet eens uitleggen. 

Ondertussen willen we deze gekke strijd ook nog onze man opleggen. Die ons wel op de juiste manier ten huwelijk moet vragen, voordat we wel of niet zijn naam aannemen. Overdag castreren we hem door te zeggen dat hij wel moet wíllen poetsen, wíllen stofzuigen en automatisch moet aanvoelen dat wij willen dat hij dat wil. En nadat we hem dat schort om zijn nek hebben gebonden, willen we ook nog dat hij ons aan ons haar zijn grot in sleept om onze vrouwelijkheid te bevestigen. En dat, nadat wij een hele dag zijn mannelijkheid hebben ontkend, genegeerd en letterlijk om zeep hebben geholpen. 


Wat is dat voor krachtige vrouw, als zij de hele dag moet bewijzen dat ze sterk is? Die energie kan je toch veel beter gebruiken. Bijvoorbeeld om te genieten van wie je bent en wat je doet en om de tijd te nemen om tot jezelf te komen, een boek te lezen of wat het dan ook is waar je blij van wordt. Zodat het je lukt om gelukkig te zijn met wie je bent en wat je doet. Kan hij lekker die kast naar boven tillen. Man blij, vrouw blij. 

Oh enne…je aangevallen voelen is ook een keus. Maar misschien ligt het aan mij hoor. 

Met liefde, Suus.

Dan doe je al gek genoeg.

30 Apr

Nog even over eten. Ik praat namelijk vrij veel over eten. Ik denk ook eigenlijk de hele dag aan eten. Ik kan ook soort van de hele dag eten. Vraag maar aan mijn vriend, ik eet meer dan hij. En hij is bijna 2 meter lang. Als ik eerlijk ben, tel ik vaak de uren tot ik weer kan eten. Wat eigenlijk niet echt handig is.

Op gewicht blijven is namelijk een gevecht. En iedereen die zegt van niet, liegt. De strijd blijven voeren, dat kost me geen enkele moeite. Maar een strijd is het. Irritant genoeg zijn het ook nooit de appels die me aankijken vanaf de fruitschaal. Daarom mogen de appels ook op tafel en de borrelnootjes niet. Uit het oog uit het hart. Soort van. Het is in ieder geval al een stuk makkelijker als je de monsters gewoon niet in de kast legt maar lekker bij hun matties in de Jumbo laat liggen. Gezellig. Vooral de borrelnootjes. En dan één specifieke smaak. De tijger- giraffe-, shanghai- en weetikwatvoor- nootjes kunnen me gestolen worden, van maar één borrelnootje gaat mijn bloed stromen: cocktailnoten van AH eigen merk. Al sinds mijn oma op zaterdagavond voor ons een ‘bordje’ maakte.

Hoe dan ook. Op de een of andere manier lukt het me, in tegenstelling tot wat je zou verwachten, om min of meer op gewicht te blijven. Ik zeg min of meer, want een vrouw schommelt van nature al met gemak een kg of twee op en neer. Zojuist vroeg iemand me hoe ik dat dan doe? Met veel sporten zeker? Ik kreeg nog net geen lachstuip. Sporten? Wánneer? Terwijl ik alleen zorg voor twee kinderen, of tijdens mijn bijna fulltime baan? Of misschien terwijl ik de oneindige stroom (af)was doe? Nee hoor, stofzuigen zal moeten tellen als work-out. Dat, en mijn hartslag als ik denk aan alle ballen die ik omhoog moet zien te houden. De stress alleen al, als ik denk aan wat het kóst om gezond te eten? Om nog maar te zwijgen over het eindeloze snijden van tomaatjes, gerookte kip en komkommertjes. En dan nog wat. De eeuwige avocado-race. Serieus, van nature elke dag wakker worden om klokslag 6.21u is makkelijker dan een avocado op het juiste moment zien te slachten.

avocado

Maar. Wat is mijn ‘geheim’ dan wel? Ik ben bang dat het begint met de angst. De angst om weer zo te worden als ik was. 101 kg en doodongelukkig. Nooit. Meer. Maar nooit meer aankomen is ook niet reëel. Dus dat is dan stap twee denk ik. Als ik er zo over nadenk. Ik zie het als een gegeven: je gaat weer aankomen. So what? Die twee kilo, ten opzichte van de bijna 32 die ik verloor? Tss. Ik schrijf dit trouwens terwijl ik de borrelnoten in kwestie eet. En straks gooi ik de andere helft van de zak weg. Yep. Daar hebben we het later over. Het is onmenselijk om van jezelf te verwachten dat je nooit meer aankomt. Zeker als je, zoals ik, zo ongeveer de uitvinder van emotie-eten bent. De ‘admi’ op kantoor kan me uittekenen met mijn hand in hun snoeppot. Ik zet ze namelijk niet zelf op mijn bureau. Iets met katten en spek…

Dus. Als weer aankomen een gegeven is, hoe blijf je dan op gewicht? Aaaannndd…there comes number three. Jeetje, ik voel me net een zelfhulpboek. Kijk mij lekker gaan met mijn genummerde tips. Tsjonge. In ieder geval, hoewel ik haar het liefst negeer, onderhoud ik een knipperlichtrelatie met mijn weegschaal. Soms moet ik me een week voorbereiden op de lelijke waarheid, maar dan ben ik er ook klaar voor.Kom maar met die cijfers. Heel schijnheilig weeg ik me soms pas na een week streng zijn, zodat de waarheid minder hard is. Al is de harde waarheid in mijn ogen beter, want ik heb het nodig om de kracht op te brengen om in te grijpen en ik ben gelukkiger onder die 75 kg grens. Ja, inderdaad. Ik vertel gewoon mijn gewicht. Want ik geef geen reet meer om wat iemand denkt van dat cijfer. Ik hecht waarde aan hoe mijn lievelingsspijkerbroek over mijn billen denkt. En pas als ik ruzie met háár heb, ga ik naar level twee. De weegschaal *insert horror geluid*.

Om maar in de zelfhulp-sferen te blijven (serieus dit is me een partij inzichtgevend voor mezelf! Goh…) Kom ik dan aan bij trucje 4. Ik probeer te balanceren. Niet te verwarren met ‘balansdagen’. Ik weet niet hoe dat met jullie zit, maar ‘balansdagen’ bieden mij een garantie op vreetbuien en dus op twéé slechte dagen, in plaats van die ene dag die ik probeer te compenseren. Ik ga niet spastisch lopen doen over een stuk taart op een verjaardag en de chips op tafel. Mens, pak dat lekker en zeur niet over dat ‘veeeel te grote stuk hoor!’ Daar wordt echt niemand gelukkig van. The audience included want iedereen weet dat het onzin is. Tenzij je gewoon niet van taart houdt. Die mensen schijnen te bestaan. Nee, de dag na je eigen verjaardag is echt een veel grotere killer. Want daar liggen ze dan hè. Al. Die. Halflege. Open. Zakken. In de kast. Die ‘op’ moeten. Ik zal je wat vertellen. Dat moeten ze niet; ze moeten weg. Al die krakende chips, knapperige koekjes en zacht-zoete snoepjes; they gotta go. Alles om mezelf te beschermen tegen de noodzaak van de weegschaal. Lang verhaal kort: ga weg met je balansdag! Geniet lekker van dat feestje, van de chips én taart én alcohol én frikandel na het stappen. En morgen doe je gewoon normaal, want dan … .. .. … ……. Juist. En die taart verdwijnt dan echt wel weer.

Want (“nummerrrrrrr viiijjjfffff!!”): geniet nou toch gewoon van die taart. Snoer dat schuldgevoel de mond want jij hebt je plan klaar. Ja, als je ooit écht zwaar bent geweest zul je moeten nadenken over eten. Altijd. Maar maak het jezelf alsjeblieft niet zo moeilijk. Stop met jezelf veroordelen, ik kan het echt niet vaak genoeg zeggen. Ik ben écht de enige die mezelf veroordeelt om die taart, maar ik doe het lekker niet. Want morgen besteed ik wat extra aandacht aan mijn voeding en dan is er helemaal niks aan het handje. En om het mezelf makkelijker te maken, gooi ik die halflege zakken dus gewoon weg. En nee, dat vind ik geen verspilling. Want ik heb zorgeloos genoten van wat erin zat. Maar genoeg is genoeg. En zo glijden we, als spotify die standaard naar precies het verkeerde nummer shuffelt, naar de zesde truc. Die ik dus kennelijk heb. Leer jezelf kennen. Leer je lichaam kennen. Voel wanneer je nog geniet, en wanneer je eet om het eten. En stop als dat het geval is, ook als er nog 10 chipjes in de zak zitten. Mijn vader kan er niet over uit dat ik gewoon tíen chipjes in de zak laat zitten. Of 1 koekje in het pak. Drie borrelnootjes in het schaaltje en 2 snoepjes in de zak. Of allemaal tegelijk. Allemaal tegelijk in de prullenbak dus. Daaaag, verleidingen!

Ik heb geleerd waar mijn ‘trigger’ zit, en misschien is dat wel het allerbelangrijkst. Ik heb ontdekt wat ik nodig heb om niet uit de bocht te vliegen. En zo houd ik de boel recht (hahaha…mja.). Ik móet koolhydraten eten. Ik móet brood, fruit, pindakaas en pasta eten. Oh ja, ik heul met de vijand. Doe ik dat niet, dan krijg ik onbeheersbare vreetbuien. Maar dan echt.

Samengevat heb ik grofweg twee opties; veel eten (en daarbij doe ik écht niet aan dieetporties. Honger is honger) en niet snoepen. Of, mijn persoonlijke favoriet; met mate eten én gewoon wat lekkers bij de koffie. Geen strijd. En zo houd ik de strijd vol.

 

 

 

Curvy is het nieuwe…

19 Feb

…tja.

Drie jaar geleden woog ik 101 kg. En kort daarvoor 107, in de tussentijd baarde ik een kind. En nee, het waren geen zwangerschapskilo’s. De meeste mensen trokken die conclusie en ik liet ze, gemakshalve, in de waan. Er was niemand anders verantwoordelijk voor die kilo’s behalve ik. En zeker niet mijn baby. Ik, samen met chips, ijs, kroketten, Mac Donalds, toastjes met brie, eten uit knorr- en honigpakjes, friet, familiebakken haribo, ontelbare boterhammen met kipfilet, kaas en borden macaroni, hutspot en rookworst. Ja, ik kon er dus wel iets aan doen.

Een van de dingen die mij nog het meeste bijstaan uit mijn dikke periode (wat nou ‘curvy’? Gewoon te dik. Sorry mensen, zo was het nou eenmaal. It’s the ugly truth.) was het verdriet dat kleding heette. Het lukte mij gewoon niet meer om er mooi uit te zien, om me mooi te voelen. Want mooie kleding in maat 46+ is net zo duur, zo niet duurder, dan mooie kleding in maat 36. Behalve dan dat daar veel meer van is. Na flink slikken ging ik naar binnen bij een grote maten zaak. Want er is één ding erger dan je dik en lelijk voelen, en dat is  je nóg dikker en lelijker voelen door het dragen van slecht passende kleding. En nu zul je ’t krijgen hè. Daar paste ik de broeken nog steeds niet. Mijn bouw (smallere taille, volle heupen en stevige bovenbenen) kwam niet overeen met de voltallige reguliere collecties in welke winkel dan ook, maar óók niet met de gemiddelde snit van de grote-maten-broek: Smalle benen en een volle buik. Het enige positieve aan die winkel was, dat ik de kleinste maat had, die eigenlijk nog te groot was. Het ongelooflijke was gebeurd; ik viel tussen wal en schip. De kleding in de reguliere winkels paste me niet, en die in de grote maten winkels óók niet. Heb ik weer.

Kort daarna ging ik afvallen. En hoewel ik 25 kg beoogde kwijt te raken, werden dat er bijna 32. Aan het einde woog ik 69 kg. Een gewicht wat ik nooit heb gewild, want; één dikke dag en je zit meteen in een groter tiental. Niet blij. Maar: ik zag er prachtig uit. Met kleren aan, dan. Slank.  De naakte vrouw die ik voor de spiegel aantrof als ik ging douchen, was mij alleen volkomen vreemd. Dat lichaam waar ik zo hard voor gewerkt had, deed mij niets. Ik kon én wilde er niet aan wennen. En ik ontdekte dat mijn ‘curves‘ een onderdeel waren van mijn identiteit. Een worsteling die twee jaar geduurd heeft, waarin ik van het lichaam dat ik ‘zou moeten hebben’, groeide naar het lichaam waar ík me gelukkig bij voel. Letterlijk.  Ik ben er eerlijk over, de zin in lekker eten verdwijnt nooit helemaal. En de mensen die zeggen van wel…liegen. Min of meer expres kwam ik weer 6 kg aan. Modellen als Elly Mayday en Ashley Graham staan me nog elke dag bij. Want hoewel ik me hier goed bij voel, voel ik nog altijd de druk om ‘dun’ te zijn. Ben ik nog altijd jaloers op mijn collega die echt al-les aan kan (zo. irritant.) en neem ik me minimaal 1x per maand voor om alleen nog maar water te drinken. Ik zoek nog steeds naar de perfecte Suus, de Suus waar ik me gelukkig bij voel. Terwijl Suus in realiteit al bijna 3 jaar hetzelfde gewicht heeft. Wat nou, zoeken?!

noangel

Kortgeleden rende ik in volle stress de C&A binnen, de enige kledingwinkel die op loopafstand van mijn werk is. Ik had namelijk een belangrijk gesprek en was mijn jasje vergeten, dus ik had twee opties; uit nood dan maar een zwart vestje kopen (een nieuw jasje vond ik toch een tikje enthousiaste uitgave…), of een heel nieuw jurkje wat geen vestje of jasje nodig had. Ik trof een mooi exemplaar en nam hem mee naar de paskamer, in maat M en L. En daar aangekomen bekroop mij een maar al te bekend gevoel. De M zat me te strak, veel te strak vond ik. Dus trok ik de L aan. En die viel prachtig om mijn heupen. Ik liep de winkel in en vroeg de verkoopster om een smal riempje, zodat ik het te ruime stuk rondom mijn taille kon verhullen. Ze kwam terug met een riempje wat 15cm te lang was (de kleinste die ze had) en keek hoe ik het voor een grote spiegel paste. Ze zag me kijken, draaien, links, rechts. En toen kwam het: “Deze jurk is je van boven veel te groot”, wijzend op de losse stof rondom mijn schouders…Ik zucht en laat mijn armen vallen. The story of my life. “Je hebt wel een mooi zandloperfiguur!” Mja. Heel mooi. Bedankt. Maar. Het is RETE ONHANDIG. The struggle is real! Ook 25 kg lichter valt er niet aan te ontsnappen. Dat wil zeggen, zolang je Beyoncé niet bent. En ik ben verre van Beyoncé. Dus rekende ik een zwart vestje af. In maat M. Het gesprek ging prima, overigens. 

Dat weekend keek mijn vriend toe hoe ik de laatste frietjes van zijn bord pikte. Mijn neiging me te verontschuldigen verbloemde ik met mijn favoriete opmerking. “Ik ben nou eenmaal een ronde vrouw. Die eet”. Hij keek me licht spottend aan en zei “toevallig houd ik van mijn ronde vrouw…maar dat mag ik zeker niet zeggen?”.

Jawel hoor schat, dat mag jij gerust zeggen.

 

Roze muisjes zijn lekkerder.

16 Feb

Echt waar. Laatst sprak ik mijn vriendin Mini toen ik op bezoek was om haar tweede superbaby te bewonderen. We aten muisjes. Iets waar ik eigenlijk nooit mee gestopt ben sinds de geboorte van mijn kinderen. Waarom zou je je beperken tot die enkele malen in je leven dat je muisjes mag eten? In ieder geval, Mini deelt mijn passie voor muisjes en stelde dat roze muisjes lekkerder zijn dan blauwe. En hoewel haar wederhelft haar niet geloofde, doorstond zij de blinde test met verve.

  
Behalve roze muisjes, was bij mijn ouders thuis het water uit de badkamer lekkerder dan uit de keuken. Het was zoeter ofzo, voor zover water ergens naar smaakt. Ik liep er probleemloos de trap een keer extra voor op. En af. En ik maak het zelfs nog bonter; ik vind warm water lekkerder dan koud. Behalve als het 35 graden is. Dan niet. 

Ik heb zeker 10 mokken in mijn kast. Maar toch drinkt mijn Starbucks mok lekkerder. Zelfs lekkerder dan mijn Blond- mok, die echt heel lekker drinkt. Want mijn Starbucks mok is op de eerste plaats nog nét iets groter. En platter, waardoor er én meer in kan én hij onder het Senseo apparaat past. Ook is de wand (ofzo?) net iets dunner, waardoor hij toch nét iets lekkerder drinkt. 

Eigenlijk geldt voor alles dat het een het ander niet is. Ook al is het hetzelfde. De ene H&M is zéker de andere niet en ik loop er graag een stukje voor om. Het ene paar hakken is absoluut niet te vergelijken met het andere. Ik zit altijd rechts op de bank. Kennelijk kijkt het net iets lekkerder tv met mijn hoofd naar rechts gedraaid. Ook als ik onderhand kramp krijg in mijn rechterbil. Het ongemak weegt niet op tegen het comfort van rechtskijkend bankzitten. 

Bovendien slaap ik links in bed. En als ik onverhoopt rechts moet liggen ben ik ook echt helemaal verstoord. Doe geen oog dicht, kan geen goede slaaphouding vinden en voel me gewoon out of place. Alsof de interieurverzorgster je vaasjes op de vensterbank in de verkeerde volgorde en nét 1,5 cm verder naar achteren heeft gezet. It’s just wrong. En dus zet je direct alles weer terug. Helemaal autistisch-obsessive/compulsive verantwoord. Net zoals de plek van mijn lippenbalsem op mijn kastje. 

En de rommel die op tafel ligt. Ik weet er alles feilloos in te vinden, totdat ik het in een vlaag van verstandsverbijstering ‘op ga ruimen’. En als je dat eenmaal doet…totale anarchie. Al-les kwijt. Dus ja. Ik pleit voor zooi op tafel. Want die ene tekening van je zoon met de rode brandweerauto en het zwarte huis en dus níet het blauwe poppetje kun je je niet permitteren kwijt te zijn. En de koelkast hangt al vol. 

 Ik at vandaag beschuit met blauwe muisjes. Omdat het lekker is. En weet je wat? Roze muisjes zijn gewoon lekkerder. 

Keukenprinses

24 Jan

Vanmiddag heb ik een volledig verantwoorde, deels biologische en linksgedraaide glutendiary– en sugar-vrije taart gemaakt. Of een cake. Of een koek. Het is onduidelijk. Oh. Hij is dus ook vegan. Goed van mij zeg.

Hoe graag ik ook sarcastisch doe over de health-hype die maar niet over gaat is er een ding aan de hand. Het helpt mijn darmen. Oh ja, ik zei darmen. Op internet, in mijn blog. Darmen. En die dingen scheppen er een sardonisch genoegen in om op ongewenste momenten (wat elk moment is) op gewelddadige wijze een interne groepsles bodycombat ten uitvoer te brengen. Mijn punt is duidelijk gok ik. En irritant genoeg helpt het om zo ongeveer alles weg te laten wat lekker is, en dat te vervangen door dingen die bijna lekker zijn. Zoals mijn raw cocoa-coconut-balls (met lichte kotssmaak in het bouquet). Is het lekker? Als je de volledige existence en überhaupt de geboorte van de man die Tony-caramel-en-zeezout-Chocolonely heet…bijna. Maar je leert het waarderen. Aangezien échte chocola (vol met suiker en melk, hmmm) geen optie is.

In ieder geval, die taart…koek, was goed gelukt. Met blauwe bessen en alles erop en eraan en hij is zelfs eetbaar, dus ik begon vol goede moed aan het avondeten.

En dat was het moment dat mijn innerlijke keukenprinses kennelijk hoognodig een dutje moest.

In eerste instantie ging het goed. Drie pannen op het vuur; een met rijst en twee verschillende sauzen. Maar. Nadat er een volle pan kokende kip-hawai saus van het fornuis donderde (die vervolgens zo lekker in de kier tussen het aanrecht en het fornuis droop), brak ik bijna mijn nek over een stuk wortel-groen dat kennelijk was achtergebleven na mijn strijd met een zak verse wortelen vanmiddag. Slippend, vloekend en tierend maaide ik met mijn armen door de lucht, me afvragend wat er in gódsnaam op de vloer lag, totdat ik kletterend op mijn prullenbak landde. Agressief kwakte ik het stuk groen erin. En terwijl ik mij weer omdraai richting fornuis, zie ik die godvergeten pan voor de tweede keer van het vuur kletteren. My god, ik kon die kip wel met hawai en al tegen de muur smijten! En me het liefst mokkend met een stuk full-fat full-sugar full-alles-brownie terugtrekken in mijn nest.

Uiteindelijk weet ik dan toch op wonderbaarlijke wijze het eten op tafel te krijgen en na een discussie over het eten van het hele gerecht in plaats van alleen de ananas schep ik zelf maar een vorkje op voor mijn kleuter, mét rijst, kip, groenten én saus. Ze kauwt er een tijdje op en zegt dan: “mama, jij maakt lekkere hapjes. Mag ik nog zo’n hapje?”

Ik zucht.” Tuurlijk schatje, fijn dat je het lekker vindt”.

Annelisa Schrijft

Een journalistieke lifeblogger

richellas-creations

make-up, nail polish and more!!

Misfitatious

Say what?

livemylifesolovely

Gelukkig, liefdevol en dansend door het leven

2j's on BLOG

Nederlands blog over persoonlijke dingen, beauty, fashion en meer..