Archief | januari, 2016

Keukenprinses

24 Jan

Vanmiddag heb ik een volledig verantwoorde, deels biologische en linksgedraaide glutendiary– en sugar-vrije taart gemaakt. Of een cake. Of een koek. Het is onduidelijk. Oh. Hij is dus ook vegan. Goed van mij zeg.

Hoe graag ik ook sarcastisch doe over de health-hype die maar niet over gaat is er een ding aan de hand. Het helpt mijn darmen. Oh ja, ik zei darmen. Op internet, in mijn blog. Darmen. En die dingen scheppen er een sardonisch genoegen in om op ongewenste momenten (wat elk moment is) op gewelddadige wijze een interne groepsles bodycombat ten uitvoer te brengen. Mijn punt is duidelijk gok ik. En irritant genoeg helpt het om zo ongeveer alles weg te laten wat lekker is, en dat te vervangen door dingen die bijna lekker zijn. Zoals mijn raw cocoa-coconut-balls (met lichte kotssmaak in het bouquet). Is het lekker? Als je de volledige existence en überhaupt de geboorte van de man die Tony-caramel-en-zeezout-Chocolonely heet…bijna. Maar je leert het waarderen. Aangezien échte chocola (vol met suiker en melk, hmmm) geen optie is.

In ieder geval, die taart…koek, was goed gelukt. Met blauwe bessen en alles erop en eraan en hij is zelfs eetbaar, dus ik begon vol goede moed aan het avondeten.

En dat was het moment dat mijn innerlijke keukenprinses kennelijk hoognodig een dutje moest.

In eerste instantie ging het goed. Drie pannen op het vuur; een met rijst en twee verschillende sauzen. Maar. Nadat er een volle pan kokende kip-hawai saus van het fornuis donderde (die vervolgens zo lekker in de kier tussen het aanrecht en het fornuis droop), brak ik bijna mijn nek over een stuk wortel-groen dat kennelijk was achtergebleven na mijn strijd met een zak verse wortelen vanmiddag. Slippend, vloekend en tierend maaide ik met mijn armen door de lucht, me afvragend wat er in gódsnaam op de vloer lag, totdat ik kletterend op mijn prullenbak landde. Agressief kwakte ik het stuk groen erin. En terwijl ik mij weer omdraai richting fornuis, zie ik die godvergeten pan voor de tweede keer van het vuur kletteren. My god, ik kon die kip wel met hawai en al tegen de muur smijten! En me het liefst mokkend met een stuk full-fat full-sugar full-alles-brownie terugtrekken in mijn nest.

Uiteindelijk weet ik dan toch op wonderbaarlijke wijze het eten op tafel te krijgen en na een discussie over het eten van het hele gerecht in plaats van alleen de ananas schep ik zelf maar een vorkje op voor mijn kleuter, mét rijst, kip, groenten én saus. Ze kauwt er een tijdje op en zegt dan: “mama, jij maakt lekkere hapjes. Mag ik nog zo’n hapje?”

Ik zucht.” Tuurlijk schatje, fijn dat je het lekker vindt”.

Advertenties

Autokarma

17 Jan

Oh nee, er brandt een lampje. In mijn auto. Mijn olielampje? Moet ik NU stoppen? Net nu ik van de andere kant van het land onderweg ben om mijn kinderen op te halen? Maar dat kan niet. Ik heb hier geen tijd voor. En ik heb ook geen tijd voor de ANWB. Of wacht, nee. Dit is niet mijn olielampje. Dit is het motor-management lampje. Joepie. De vorige keer had ik deze auto een week en kostte me dat 240 euro. Lambda-sonde kapot. Ofzo.

motor

Iets meer dan een halfjaar geleden moest het ding gekeurd worden. Ik had hem pas een jaar, hoeveel kon er aan de hand zijn? 1400 euro. 1400 euro was er aan de hand, vóórdat mijn auto gekeurd kon worden. Eén dag voordat we op vakantie gingen naar Duitsland. Met mijn auto, want daar past iedereen tenminste in. Handig joh, zo’n Opel Zafira.

Mijn eerste auto was een witte Volkswagen Polo. Een familie-erfstuk haast, want hij was nog van mijn opa geweest. Ik deelde hem eerst met mijn broer, later reed ik hem zelf. De kleine witte stationcar was ouder dan ik, maar hij deed het. En er zat een radio in! Op een mooie dag reed ik hem de Kwik-fit binnen voor de keuring en…hij kwam er nooit meer uit. De heren automonteurs hadden geconstateerd dat mijn autootje een gevaarlijk elektrisch geladen stuk bliksem was en kortsluiting gemaakt. Niet zo’n goede reclame voor de Kwikfit ook. Gelukkig kregen we voor 100 euro tegoedbonnen.

Mijn tweede auto was ook een Polo, een rode dit keer. Hij overleed aan een oliefontein, midden op de rondweg. Ik kon hem er zelf vanaf duwen ook. Na rijp beraad werd besloten dat een kennis de mogelijkheden had om hem te reanimeren. De honderden euro’s die dit zou kosten was nog altijd minder dan een nieuwe auto. Totdat er bij de eerstvolgende keuring zo ongeveer alles kapot aan was wat er kapot kon gaan. En dan nog meer. Hij is door een dealer van onze parkeerplaats getakeld, voor 200 euro. Nadat ik een boete à 130 euro had gekregen wegens te laat keuren. Goodbye, polo…

Mijn derde auto was eveneens een familiestuk, een Polo wederom, maar dan paars. Een enkele keuring heeft hij nog wel doorstaan, totdat hij voor de deur afsloeg. En niet meer startte. Helemaal niet meer.

Ik hoor je denken, misschien moet je gewoon geen Polo meer rijden Suus. En inderdaad, mijn bejaarde groene Toyota Starletje deed het heel aardig. Overgekocht van een studente die een jaar naar het buitenland ging, voor 600 zelfgepinde eurootjes. Van stuurbekrachtiging had ie nog nooit gehoord, maar ik wist het ding in de kleinste gaatjes te proppen. Dat was mijn bakkie! Tot de zaterdagmiddag dat ik over een provinciale weg reed in de buurt van Amstelveen. Er was daar echt niets te zien of te doen, he-le-maal niks. Gras. En links één verdwaald huis. Ik dacht nog, wat een rare plek voor een huis. Ik zag dat de auto voor mij remde, dus ik liet mijn gas los en keek nog eens om me heen. Toen ik terugkeek bleek de auto niet geremd te hebben, maar gewoon stil te staan. Midden op de provinciale weg. Waar niks te zien of te doen was. Geen zijstraat, geen afslag, geen McDonalds of zelfs maar een koe. Maar deze meneer vond dat het uitgelezen moment om zijn auto midden op de weg te parkeren. En ik trapje mijn rem vol in, om seconden lang op de klap te wachten. Kon ik rechts uitwijken? Sloot en paal. Nope. Kon ik links uitwijken? Tegenliggers, nehh. En op dat moment raakte ik mijn voorligger. Mijn groene vriend was total loss. Na wat noodzakelijk uitdeukwerk reed ik direct weer 1,5 uur naar huis en kon ik hem gedag zeggen. Dag, bakkie…

De enige andere auto die het een tijdje heeft gehouden onder mijn invloed was de antieke Volkswagen Passat, overgenomen van een vriendin van mijn moeder. Onder het dashboardkastje zat een prentje van Maria met het kindje Jezus geplakt, en een gedichtje waaruit haar bescherming over deze auto en inzittenden bleek. Ik heb het nooit durven weghalen en uiteindelijk is de Passat eervol met pensioen gegaan.

Na de dreun met de Starlet was zij daar dan…mijn enorme, zwaarlijvige, donkerblauwe Opel Zafira. Het enige wat ik ermee kan is achteruit inparkeren, omdat de achterkant plat is en ik dan tenminste kan zien hoe ver ik kan gaan. Aan fileparkeren dénk ik niet eens. Maar eerlijk is eerlijk, verder is het een heerlijke auto. Alles en iedereen past erin en hij beschikt over elektrische ramen, stuurbekrachtiging en airconditioning. Een luxe die mij nooit eerder ten deel is gevallen! Zoals gezegd was na een week de lambda-sonde kapot. Je weet wel, dat ding van 240 euro. Na een jaar kostte het me 1400 euro om mijn curvy vriendin te laten keuren. Dan heb ik het nog niet over die keer dat het parkeren in België me een band kostte (nog bedankt hè, putje-met-scherp-uitsteeksel) of over die keer dat ik wederom stilstond op de rondweg, dit keer met een platte band. For no reason at all. Ik deed niks. Ik zweer het! Dat grapje mondde uit in vier nieuwe banden. Het moment dat ik in een bocht met slecht zicht in Zeeland van te dichtbij kennis mocht maken met de zijspiegel van een zwarte Citroën bus (ach gossie, een net nieuwe operational lease met all risk verzekering) was ook een hoogtepunt. Een ontmoeting die mij eveneens mijn zijspiegel kostte terwijl ik net een uur op vakantie was. Ik merk hierbij graag op dat je niet mag rijden zonder zijspiegel en er dus gesleept moest worden. Wat een genot.

En toen ging er dus een lampje aan. Het motor-management lampje. Terwijl ik mijn kinderen op moest halen. En als je niet snel genoeg naar de garage gaat, gaat ie op de noodstand rijden; maximaal 40 km/u met maar één doel; bij de garage komen. Bij voorkeur de dealer natuurlijk, zodat je drie keer zoveel betaalt wegens gratis koffie in de blinkende showroom. Maar, aangezien Opel naar de andere kant van de stad is verhuisd besloot ik een paar ‘normale’ garages te bellen. Niet te bereiken, opgenomen door “Sjon”, of pas om 9.00 open en je raadt het al, een uur later reed ik de Kwik Fit binnen.

Ik vertelde de automonteur over mijn slechte auto-karma. Serieus. Zet mij erin, en het ding gaat kapot. Als ik niet rijd lijkt mijn invloed de auto niet te schaden, maar als je mij erin laat rijden is de ellende niet te overzien. En de kosten nauwelijks. Geen grapje, zoals je inmiddels weet. Maar dit keer had ik geluk, het waren alleen maar de bougies. Opgelucht rekende ik af en de automonteur lachte naar zijn collega.

“Daar zal je een relatie mee hebben…”

carkarma

 

Een Dunne Dag

10 Jan

Vandaag heb ik een Dunne Dag. En dat is een dingetje, sinds ik 30 kilo afviel. Maar daarvoor was het eigenlijk ook al een dingetje. Zeg maar ding. In ieder geval, zo’n dag dat ik denk yés ik voel me slank en strak en plat en slank en fijn en cellulite-vrij en mooi en slank en ik spring als een hinde uit mijn bed.

Nouja, bijna dan. Als avondmens blijft die wekker een oneindige doorn in het oog. Ik snap gewoon niet hoe mensen in godsnaam zo’n keiharde pieper kunnen gebruiken als wekker. Alsof er iemand out of the blue snoeihard “OPSTAANHETISTIJDOMOPTESTAANGOEDEMORREGEEENNNNNN!!!!” in je oor roept. Hóe. Dan?! My God, dan sta je toch al op met de adrenaline op standje 10, je haar in windkracht 7 en je hart op niveau marathon?! Het enige wat zo mogelijk nog erger is, is zo iemand die als een blije eikel meteen de gordijnen open rukt en het raam maximaal open zet. Voor de ‘frisse lucht’. No. Ik wens met de zachte hand wakker gemompeld te worden door het meest lieflijke deuntje waar mijn iPhone over beschikt, op de zachtste stand. Of mijn kleuter die moet poepen.

In ieder geval, vandaag heb ik een Dunne Dag en dat moet gevierd worden! Als ontbijt maak ik vandaag lekker een eitje. Ja, één eitje en niet meer. Want eiwitten vullen goed en zo’n ei is toch al gauw 60 calorieën. Tussendoor neem ik denk ik een mandarijntje en bij de lunch een lekkere salade. Vanmiddag wat nootjes en vanavond laat ik de aardappelen weg voor mezelf. Dan heb ik morgen weer zo’n Dunne Dag. En dat vind ik fijn.

Nadat ik de kinderen heb verzorgd en aangekleed, melk gemaakt, boterhammen gesmeerd, tassen heb ingepakt, gymspullen bij elkaar heb gezocht en mezelf heb verzorgd en aangekleed bedenk ik me met mijn mascara in mijn hand wat ik zal gaan eten. Lekker, een boterham met kaas en banaan! Don’t judge, het is echt lekker. Maar wacht. Ik heb een Dunne Dag. En het is 08.05u. Tijd om het traject ‘naar school gaan’ te starten. Schoenen, jassen, ritsen, dassen. Plassen.

Onderweg naar mijn werk tref ik, terwijl ik op zoek ben naar mijn cd, een half opgegeten zak Haribo aan. Je weet wel, met dropveters en maantjes. Lékker! En voordat ik het weet zit er een snoepsmurf in mijn mond. Om 8.45u. Ach, ik neem er twee om de ergste honger te stillen en ga straks gewoon verder met mijn Dunne Dag.

Bij mijn werk aangekomen gooi ik het lege zakje buiten in een vuilnisbak. Eerst maar eens een kop koffie. Als om 11.00 mijn maag begint te knorren realiseer ik me dat ik mijn Gezonde Lunch ben vergeten en ik dus naar de supermarkt zal moeten. In plaats van mijn zelfgemaakte salade koop ik een kant- en klare tonijnsalade. Ik ga natuurlijk niet dubbel kopen wat thuis nog in de koelkast staat. Voor vanmiddag een zakje studentenhaver. Dat is namelijk goed voor je hersenen. Ja echt! Vol goede vetten enzo. Oh en kijk, raw cocoa-coconut balls. Chocola, maar dan helemaal in de stijl van mijn Dunne Dag. Wat een geluk! Even proeven, misschien zijn ze wel heel vies. Zoals wel vaker met die zogenaamd ‘smaakvolle’ diary-gluten-wheat-salt-sugar-alles-vrije geitenkeutels. Maar nee, deze zijn echt lekker. Ik neem er nog eentje, het is tenslotte súpergezond dus dan kan dat. Ach weet je, ik eet de laatste ook op. Doe ik dat gewoon als tussendoortje. Wat zit er eigenlijk wèl in? WHUT?! 465 Kilocalorieën? Had ik net zo goed een zak chips leeg kunnen eten.

Tijdens de lunch kijk ik vol belangstelling en jaloezie naar de wederom met zorg samengestelde heerlijke lunch van mijn superslanke collega’s. De één brengt een scala aan ingrediënten mee in super georganiseerde bakjes waarmee ze Serieuze Salades maakt. Dat ze tegen de tijd dat de rest inmiddels als aan de karnemelk zit nog steeds aan het snijden is, deert haar niet. En terecht. Ik ben al een tijdje bezig de zwarte olijven uit mijn salade te schieten. Mijn andere collega eet haar liefde-en-passie brood, met liefde besmeerd met pesto, met passie belegd met een plakje geitenkaas en gegarneerd met enkele takjes rucola. Die had ze nog over van gisteren. Ik spuit mijn zakje saus over mijn salade, terwijl nummer drie haar avocado vakkundig in keurige plakjes snijdt en op haar donkere brood legt. En ik eet mijn kant- en klaar salade. Maar hé, het is tenminste salade. En ik heb een Dunne Dag, dus ik kan wel wat hebben dacht ik zo.

Onderweg naar huis bedenk ik me dat ik niks meer heb gegeten. Wat goed van mij! Dan ga ik eens lekker wat studentenhaver nemen, want anders heb ik straks honger en ga ik eten tijdens het koken. En dat is zonde van mijn Dunne Dag. En dan voel ik de bodem van mijn zakje. Hè, nou al op? Achja, geeft niks. Ik had tenslotte niets tussendoor gehad.

Nadat ik de kinderen heb opgehaald en heb gekookt, zitten de stukjes noot nog tussen mijn kiezen. Maar, als moeder moet je toch het goede voorbeeld geven aan je kinderen, en dus eet ik mee met de stamppot. Wat is rookworst toch lekker hè? Ik neem nog een stukje. Na het eten even rustig aan hoor, gelukkig had ik geen pasta gepland op mijn Dunne Dag, dus het zakt zo wel. Dan neem ik straks als de kids in bed liggen nog een kopje groene thee, en dan kan ik met een lekker gevoel naar bed.

Oh kijk! Er ligt nog brie in de koelkast.

bagels

#Dankbaar.

5 Jan

Mag ik iets vragen? Aan al die mensen die tegenwoordig de hele tijd zo #dankbaar zijn dus. Wíe of wat bedank je nou eigenlijk? Ik bedoel, als tante Celia een bos bloemen brengt (of een stoofpot, afhankelijk van jouw tante Celia) is dat hartstikke lief enzo, maar om nou helemaal #dankbaar te gaan zijn is misschien een tikkie over de top?

Tim Douwsma is #dankbaar dat hij 100 keer Grease de musical heeft gedaan, lees ik. Ene Monique is #dankbaar voor haar vijfde kind (even tussendoor. Serieus? Vijf?!) en #Jaco is dankbaar voor…geen idee want het is in het Fries. Arie Boomsma is #dankbaar hij getrouwd is en een kind gaat krijgen en Anthony (ook al Fries, is dat een dingetje vandaag, nu iedereen binnen zit vanwege de ijzel?) is #dankbaar voor zijn vriendin.

Maar. Echt nérgens wordt nou duidelijk wie of wat al die mensen dan #dankbaar zijn. Als dankbaarheid geen adres heeft, wat is dan het nut van #dankbaar zijn? Is dankbaarheid niet iets wat je zou moeten delen? Wat je iemand geeft? Kan iemand dit uitleggen?

Ik ben namelijk absoluut niet #dankbaar als mijn kleuter me om 4.36 uit bed roept omdat ze moet poepen, en ik geniet totaal niet als ik met twee kinderen en een gigantische boodschappenkar naar de andere kant van de AH XL moet omdat ik dat ene verrekte zakje sla ben vergeten. Ook was ik niet #dankbaar voor het Noro-virus (hoewel…scheelde wel 2,5 kilo). Verder ben ik ook absoluut niet #dankbaar als ik na de feestdagen diezelfde 2,5 kilo zwaarder ben en zéker niet als het sneeuwt, zeikt en vriest op de dag dat mijn auto naar de garage moet voor reparatie nr 253.

Maar nee, de huidige vorm van instagram-dankbaarheid moet geloof ik dieper gaan. Een betekenis hebben. Zoals Monique, die #dankbaar is voor haar vijfde kind. Maar aan wie is die dankbaarheid gericht? Ik weet niet of die van Monique op een mooie dag met een strikje om hun bolletje, zindelijk en wel worden bezorgd, maar ik heb mijn kinderen gewenst, gedragen en eruit geperst, met míjn bloed zweet en tranen. Ik heb ze gevoed met mijn voeding en getroost met mijn armen. Ik kus bulten en blauwe plekken met míjn mond.

Sommige mensen zijn ook #dankbaar voor hun succes. Maar, hebben die mensen daar niet zelf heel hard voor gewerkt? Voor alles wat ik heb bereikt of verworven heb ik gestudeerd, geleerd, ben ik gevallen en opgestaan, heb ik gewerkt, gevochten, gebloed en gehuild. Ik ben #dankbaar voor de harde lessen die me hebben gemaakt tot waar ik nu sta. Maar dat is een wrange dankbaarheid. En die bedoelen ze geloof ik niet. Moet ik dan #dankbaar zijn voor mijn stamppot die straks op tafel staat? Die ik eerst zelf heb gekookt en daarvoor heb betaald van het geld wat ik verdien, op het fornuis wat ik heb gekocht, in het huis waar ik voor betaal?

thankfulmyass

Begrijp me goed, ik bedoel het niet cynisch. Hartstikke mooi dat al die mensen hun positiviteit en geluk willen delen met hun vrienden en de wereld. Maar is dat dan ook niet wat het is? Hoezo #dankbaar, voor iets waar je zelf voor hebt gewerkt of zelfs geleden? Liefdesverdriet hebt gekend voordat je de man van je leven hebt ontmoet? En mijn god wat doet dát zeer, wie is daar nou dankbaar voor?

Keiharde, oersterke en nooit aflatende toewijding is wat je dromen, wensen en hoop waarmaakt. Weten al die dankbare mensen zelf eigenlijk wel wat ze er precies mee bedoelen? Wat nou, #dankbaar?!

Nee. #Thanks, but…#nothanks.

Keiharde #liefde zal je bedoelen. Tss.

 

Annelisa Schrijft

Een journalistieke lifeblogger

richellas-creations

make-up, nail polish and more!!

Misfitatious

Say what?

livemylifesolovely

Gelukkig, liefdevol en dansend door het leven

2j's on BLOG

Nederlands blog over persoonlijke dingen, beauty, fashion en meer..